oudduitse herder fokker


 

Als pupkoper van een oudduitse herdershond moet u zich ervan bewust zijn
dat Degeneratieve Myelopathie (DM) kan voorkomen in de oudduitse herder populatie.

Het testen is op dit moment (apr. 2015) geen verplichting in de fokregels.

Wij hebben onze teven geboren na 2011 en onze de dekreuen laten testen.



Degeneratieve Myelopathie (DM)

Vererving: autosomaal recessief

Wat is het?

Degeneratieve Myelopathie is een progressieve neurologische aandoening van het ruggenmerg vergelijkbaar met ALS of MS  bij mensen. De eerste verschijnselen van de ziekte uiten zich meestal vanaf de leeftijd van 5  jaar. Vanaf de eerste tekenen tot het einde is het verloop gemiddeld 6 tot 18 maanden.

Dat de ziekte zich pas op latere leeftijd manifesteerd is een probleem bij de bestrijding ervan. Voor zover bekend krijgen dragers zelden DM. Lijders hoeven niet per definitie de aandoening te krijgen. Daardoor kan deze aandoening zich snel in het ras verspreiden.

 

Symptomen

DM begint met co÷rdinatieverlies in de achterste ledematen. De hond gaat waggelen, struikelen of slepen met de achterpoten. Incontinentie komt ook voor. Uiteindelijk wordt de hersenschors aangetast, daardoor kunnen ook vitale functies uitvallen. De hond heeft echter geen pijn, alleen verlies van functie.

Oorzaak

In het ruggenmerg lopen de zenuwbanen die de spieren aansturen. Deze zenuwen liggen in bundels gegroepeerd in de zo genoemde witte stof. Om deze bundels zit een isolatie, de myelineschede. Deze wordt aangetast, waardoor de isolatie van de zenuwen verdwijnt en de zenuwen afsterven waardoor de aansturing van de spieren steeds minder wordt. Dit wordt veroorzaakt door een mutatie in het SOD1 gen en het al dan niet aanwezig zijn van een bepaald allel. Bij de Duitse herder is dit allel SOD1:c.118G>A (E40K).

Diagnose

De diagnose gebeurt door middel van eliminatie. Er kunnen meerdere oorzaken zijn voor de uiterlijke kentekenen van DM, zoals onder andere hernia, spondylose, tumor, cyste, infecties of hartaanval. Er kan een EMG, CT scan en/of MRI scan worden gemaakt. Geeft dit geen resultaat, dan wordt de diagnose DM gesteld. De definitieve diagnose is slechts mogelijk door middel van een autopsie.

Mogelijke behandeling

Een bestaat geen behandeling welke DM tot staan brengt. Echter, soms is het mogelijk de het ziekteverloop te vertragen. De verschillende behandelingen welke op het Internet worden aanbevolen zijn zonder wetenschappelijk gemeten resultaat. Training bevordert de spieropbouw van de nog bruikbare spieren, waardoor de hond langer mobiel blijft. Aanbevolen is training of fysiotherapie, bijvoorbeeld wandelen (niet slenteren) en zwemmen. Waarschuwing: vermijdt stress, het kan het verloop van deze ziekte versnellen. Zelfs kleine chirurgische ingrepen kunnen van invloed zijn.

Mogelijk medicijn is het geven van Aminocaproic zuur (EACA) in combinatie met het anti-oxidant N-Acetylcysteine (NAC). Een dierenkliniek meldt dat dit bij 15 tot 20 procent van de honden resultaat heeft. EACA is alleen in de VS te bestellen, in Nederland kan het worden gemaakt door een apotheker. Een vitamine B-complex kan positief werken al dan niet in combinatie met EACA en NAC. Ook hier zijn veel aanbevelingen te vinden op het Internet, maar ook hier met onbewezen resultaat. Ook de UU beveeld soms iets dergelijks aan, zonder enige garantie.

DNA Test

De Universiteit van Missouri-Columbia heeft een DNA test ontwikkeld, waarmee kan worden bepaald of de hond vrij, drager of lijder is van het SOD1 gen.

DM vererft op een autosomale, recessieve, manier. Dit betekent, dat een dier vrij kan zijn (homozygoot normaal), lijder (homozygoot afwijkend) of drager (heterozygoot). Lijders lopen het risico dat zij de ziekte ontwikkelen, maar dat gebeurt lang niet altijd. Dragers kunnen de mutatie verspreiden in de populatie zonder dat ze zelf de symptomen hebben. Hierdoor is met name het aantonen van dragers van groot belang om verspreiding te voorkomen.
 

 


Bron: http://www.gezondeduitseherder.nl/degeneratieve-myelopathie/